Stinkzwammen
Familie: Phallaceae, Orde: Phallales

Grote stinkzwamGrote stinkzwam (Phallus impudicus)
Hij is al veelvuldig bezongen, de Grote stinkzwam: denk maar aan het liedje van Jan de Wilde uit de beginjaren 1970, waarin hij zingt:

Daar is de lente, daar is de zon
Bijna, maar ik denk dat ze weldra zal komen
De fallus impudicus staat al in bloei
En de blaadjes krijgen bomen!


Ook het plaatje aan de linkerkant heeft met muziek te maken: het is afgedrukt op de achterkant van het CD-hoesje van het album "Little Earthquakes" van Tori Amos uit 1992, waarin de tekst van de titelsong weinig te raden overlaat.
Door zijn vorm en doordat de zwam uit een 'ei' ontspruit, is de Grote stinkzwam inderdaad altijd in verband gebracht met seksualiteit en potentie. Dat ontdek je al snel als je in de
geschiedenis van de geneeskunde duikt. In Engeland was er ten tijde van Koningin Victoria dan ook een directrice van een meisjeskostschool, Aunt Etty (eigenlijk Henrietta Emma Darwin Litchfield, dochter van Charles Darwin), die grote vermaardheid verkreeg, doordat zij de Grote stinkzwam persoonlijk bestreed om de goede zeden van de jonge maagden te beschermen.
Sandra de Haan De grote stinkzwam verschijnt al vanaf half juli en groeit in bossen op humusrijke bodems. Soms kunnen er groepen staan van wel 25 duivelseieren, die meestal één voor één 'uitkomen'. duivelsei Al die duivelseieren zijn met een soort staartje, de rhizomorphe, verbonden met stukjes hout. De Grote stinkzwam is dus eigenlijk een houtzwam! Als een duivelsei 'uitkomt', groeit de groene gleba in twee tot vier uur omhoog op een holle, sponsachtige 'steel'. De groene massa op de gleba verspreidt een sterke aasachtige geur die vliegen aantrekt. De vliegen eten met wellust het groene slijm van de gleba, zodat dit soms binnen twee uur al verdwenen is. Met het slijm eten de vliegen ook de sporen, die na fermentatie in de darm worden uitgepoept en aldus verspreid. Hoewel de geur anders doet denken, zijn de duivelseieren van de Grote stinkzwam goed eetbaar.
duivelsei Duinstinkzwam (Phallus hadriani)
De Duinstinkzwam kreeg zijn officiële naam in 1798 van Franse botanicus Étienne Pierre Ventenat en werd vernoemd naar de Haarlemse medicus en apotheker Adriaan de Jonge, alias Hadrianus Junius, die de duivelseieren voorschreef aan mensen met een verminderde potentie. Junius had de eerste beschrijving van de soort gepubliceerd in 1564 in een speciaal boekje, getiteld: "Phallus". De naam Phallus werd dus door Junius bedacht! En hierdoor was de Duinstinkzwam de eerste paddenstoel die ooit wetenschappelijk is beschreven. Voor het grote publiek bleef dat echter geheim, want Junius beschreef de paddenstoel in het Latijn, maar wel in dichtvorm!
duivelsei De Duinstinkzwam is een vrij zeldzame verschijning in de buitenste zeeduinen en groeit op afgestorven wortels van helm en zandhaver.
Ook de Duinstinkzwam heeft rhizomorphen, die de duivelseieren verbinden met de graswortels. Wie dat niet weet, veronderstelt dat de zwam in het kale duinzand groeit en dat verklaart waarom Junius aanvankelijk ook scheen te denken dat de eieren daar waren 'gelegd' door het Zeewijf...
Het onderscheid met de gewone Grote stinkzwam wordt gevormd door de gleba, die veel grovere mazen heeft en daardoor 'hoekiger' lijkt. Bovendien is het duivelsei van de duinstinkzwam onmiskenbaar lilaroze, zodat ook niet getwijfeld hoeft te worden aan de enkele vondsten in het binnenland (m.n. in rivierduinen).
duivelsei Echte en valse Gesluierde dames
(Phallus duplicatus versus Phallus pseudoduplicatus)
Iedereen die wel eens in de tropen is geweest en daar een gesluierde stinkzwam heeft gezien, is daarvan onder de indruk. Het is bovendien een zeldzaamheid dat er een gevonden wordt. In persoonlijke foto-albums op internet vind je ze zo nu en dan, maar op wetenschappelijke sites veel minder en dat komt vooral doordat dit groepje stinkzwammen niet erg consistent is. Eigenlijk is de paddenstoel wereldwijd zo zeldzaam, dat het aan goede literatuur ontbreekt en de literatuur die er wel is, schept eerder onduidelijkheid dan dat zij inzicht geeft. Er zijn dan ook een heleboel verschillende wetenschappelijke namen in omloop.
In Nederland zijn ook wel Gesluierde dames gevonden, maar die hebben allemaal een minirokje in plaats van een lange jurk. Tot in 2010, want toen werd op Texel ineens een echte Gesluierde dame gevonden (foto rechts)! Maar wèlke 'echte' is eigenlijk onduidelijk; volgens de literatuur komt Phallus duplicatus namelijk alleen in Amerika voor en als je op de postzegels kijkt, dan lijkt onze Texelse vondst meer op de Chinese variant en dat is Phallus indusiatus... De valse exemplaren die ook de laatste jaren zo nu en dan in ons land werden gevonden, zijn varianten van de Grote stinkzwam.
Op de twee fotootjes links zijn twee van die varianten te zien.
Deze kortgerokte dames moeten nu officieel Phallus impudicus var. togatus heten.

Kleine stinkzwam (Mutinus caninus)
Net als Phallus is ook Mutinus een duur woord voor penis. Caninus betekent hond, maar ook: minderwaardig. Daarmee is de naam van de Kleine stinkzwam dus afdoende verklaard.
Kleine stinkzwammen zijn heel algemeen in ons land, maar doordat zij klein zijn en bovendien snel vergaan, is de trefkans niet erg groot. Tenzij je op je neus afgaat, maar ook dan is de Kleine stinkzwam een verre mindere van zijn grote broer: de geur is weliswaar onaangenaam, maar zwak. Wel is de kans groot dat, als je hem tegenkomt, je ook meteen een heel nest eieren vindt.
De Kleine stinkzwam komt voor in alle typen loof- en gemengd bos op ruwe humus, sterk vermolmd hout en zaagsel.

Roze stinkzwam (Mutinus ravenelii)
In de afgelopen jaren ontving ik veel mailtjes met vragen over paddenstoelen. En de meest gemelde soort in die mailtjes is wel de Roze stinkzwam. Dit kan men op twee manieren verklaren. Ten eerste doet de kleur pijn aan je ogen (wat niet geldt voor de Kleine stinkzwam, die juist een camouflagekleur heeft) en ten tweede lijkt de Roze stinkzwam zich wat meer onder de mensen te begeven: hij komt voor op en nabij sterk vermolmd hout van loof- en naaldbomen en op strooiselhopen, vaak op door de mens beïnvloede plaatsen, in bossen, parken, boomgaarden, tuinen, moestuinen en hooilanden.

Spitse stinkzwam (Mutinus elegans)
De Spitse stinkzwam verscheen in 1989 voor het eerst in ons land en heeft zich sindsdien nog niet erg uitgebreid, hoewel er sindsdien wel twee nieuwe vindplaatsen zijn bij gekomen. Men denkt dat deze soort oorspronkelijk uit Noord-Amerika komt, waar deze soort vrij algemeen is. In Europa komt de Spitse stinkzwam nauwelijk in natuurlijke milieu's voor; in Duitsland is zij alleen bekend van parken, (botanische) tuinen en kassen, in Frankrijk groeide ze bij een ingevoerde boomsoort en in Spanje eveneens in een botanische tuin.
De Spitse stinkzwam onderscheidt zich van de twee andere kleine stinkzwammen door haar sierlijkheid: tussen de slijmdragende gleba en de steel is geen overgang zichtbaar, de steel gaat gelijdelijk over in het sporendragende deel. Bovendien is de gleba lang en spits toelopend. Wie op de soort googelt ziet meteen hoe vaak niet op dit kenmerk is gelet en dus een foute naam is gegeven. Tenslotte is het duivelsei niet wit, maar violetgrijs:

Inktviszwam (Clathrus archeri)
Bijna net zo vaak als de Roze stinkzwam wordt de Inkviszwam opgemerkt door mailschrijvers. Ongetwijfeld ook om dezelfde redenen: de opvallende kleur en de groeiplaats in de nabijheid van de mens, want hij groeit vooral graag op houtsnippers en snipperhopen op zonnige en beschutte plaatsen. Bovendien trekt deze stinkerd beslist aandacht met zijn aasgeur, die wellicht het ergst is van alle stinkzwammen.
De Inkviszwam is voor het eerst in 1973 in ons land gevonden. Vermoedelijk is de soort in Europa ingevoerd met woltransporten uit Autralië.
Traliestinkzwam (Clathrus rubur)
Als je deze paddenstoel tegenkomt, vervaagt de grens tussen sprookjes en werkelijkheid! Hoewel de Traliestinkzwam al in 1735 in ons land werd gevonden, blijft het een zeldzaamheid, die vooral gebonden lijkt aan exotische gewassen, zoals bamboe. Hij komt dan ook het meest voor op humusrijke bodems, in
kassen en broeibakken, tuinen, parken en andere sterk door de mens beïnvloede standplaatsen.


>> Deel deze pagina << (deze pagina heeft een permalink)